|
|
XXV.DE WIJNSTOK. Woorden en Muziek van den Auteur.
Er prijkt een schoone Wijnstok In 't hemelsch Vaderland; Een keur van frissche ranken Staat in zijn stam geplant, Zij groenen en zij tieren, Van 't eĂȘlste sap gevoed, De laafnis harer vruchten Is lieflijk voor 't gemoed. De laafnis harer vruchten Is lieflijk voor 't gemoed.
2. Een landman wijs en teeder Verpleegt dien wijnstok trouw. Hij reinigt al de ranken, Geeft zonneschijn en dauw, Die landman is de Vader, Die wijnstok is de Heer, Die ranken zijn de vromen, Die leven tot zijn eer.
NB. De twee laatste regels behooren herhaald te worden. | |
|
Schrijver van De mensch en de dieren (auteur),
[Liefde, Jan de] (auteur),
ZANGSTUKJES VOOR SCHOLEN EN HUISGEZINNEN. EERSTE STUKJE. VIJFDE DRUK.
|
[1895 c.]
|
|
p25 |
|
Gecorrigeerde OCR |
|